Nicky.

Ik ben normaal niet zo van de telegraaf. Maar ene Marcel Peereboom Voller schreef een mooie collum. Hieronder het laatste stukje daarvan.

Het onweer komt snel. Lachend spant hij het zeil tussen de fluisterende bomen, die weldra zullen worden overstemd door de roffelende regen op het tentdak. De vogels zullen niet meer zingen. De verlossing komt. Maar als het onweer losbarst en de regen valt, luistert hij ontzet naar wat de druppels vertellen. Vroeger of later zullen ze je vinden, roffelt de regen. Vroeger of later. De natuur is opgehouden met fluisteren. De natuur gaat tekeer en voor het eerst wordt hij bang. De bomen schreeuwen zijn naam. De regen brult dat ze hem zullen vinden. En de vogels juichen triomfantelijk. Het is de naam van de jongen: Nicky.

Dit gaat natuurlijk over de moordenaar Jos Brech. Die man voelt nattigheid. Zijn gsm is uit. Hij leeft in en van de natuur. Zal hij zich wel laten vangen? Mijn gevoel zegt van niet. Ik denk dat ze hem nooit levend te pakken zullen krijgen.

Citroentjes fris en ik.

Als ik opsta neem ik eerst mijn hormoonpil in. Daarna pak ik een citroen. Deze snijd ik doormidden en knijp deze leeg in een glas lauw warm water. Kloek kloek. Mijn start van de dag. Fris en fruitig, letterlijk en figuurlijk.

Ik ben gestopt met frisdrank en sap uit een pak te drinken. Spa rood en water uit de kraan drink ik het meest. De avond van te voren doe ik een bodempje water in mijn halve liter drinkfles. Daar stop ik 3 schijfjes citroen in. De Albert Hein verkoopt sinds kort zakken met bevroren citroen schijfjes. Ik ben daar zo blij mee. De volgende dag vul ik de fles helemaal met water. In het begin had ik de gevulde fles met citroenen een nacht in de koelkast staan. Niet best. De dag daarna was het water erg bitter. Niet mijn ding.

En natuurlijk drink ik dit zure water met een rietje. Citroen is echt niet goed voor je tand glazuur.