Gisteravond was Eva hier. Ze vond een vlinder die niet meer vloog. Voorzichtig op haar hand gelegd zonder de vleugels aan te raken. Honing gepakt. Patricia de vlinder π¦ nam geen hapje. Op een gegeven moment viel ze om. Eva legde haar op de schommelstoel.
De volgende ochtend zag ik π¦ Patricia niet meer. Misschien weg gewaaid. Of β¦..
Sβmiddags zag ik een vlinder van dezelfde soort op de plek waar Eva Patries had gevonden. Wat een toeval π. Ik zette daar een schotel neer met water π¦ en honing π―. Komt er ineens een vogel π¦ . Die zien wij bijna nooit hier in de tuin. π¦ vloog weg. Ik appte Eva. Oh mam. Ik wil komen. Ik mis Patricia π. Meid, die is hem gevlogen.
Maar heeee, ze π¦ kwam weer terug. Meerdere keren. Ach. Weer een huisdier erbij dankzij Eva.
