Lichtjes avond.

Mijn moeder had een fakkel bij haar graf.

Iedereen die afgelopen jaar was overleden/begraven, had een fakkel bij zijn of haar graf.

Hoe de avond begon. Je kon naar de kerk in het centrum. Daar werden mooie gedichten en een verhaal voorgelezen. Tussendoor muziek. Trompetter muziek en orgel muziek met een viool erbij. Prachtig. Het duurde allemaal niet lang. Daarna liepen wij de kerk uit. Wij kregen een kaars mee. Officieel voor elk graf een werd gezegd. Wij stonden achteraan in de rij en kregen allemaal een eigen kaars πŸ•―οΈ. Als eerste kwamen wij langs een plek waar een kinderlied werd afgedraaid. Voor het ongeboren kind. Daarna was er een route over de kerkplaats. Er was een bepaalde route uitgezet. Mocht je ertegenin gaan dan werd je verblind door het licht πŸ’‘. Duidelijk. Wij kwamen daarna langs het hart. Daar kon je een kaarsje neerzetten voor een overledene die niet op deze begraafplaats lag. Daarna liepen wij meteen naar ma. Haar fakkel brandde matig. Oei. Gelukkig kreeg ma vijf kaarsen. Pa, Eva, Daan, een vriend van Daan en ik gaven ma een πŸ•―οΈ.

Na dit alles kon je nog koffie en thee drinken in een gebouw achter de kerk.