Gisteravond liep alles uit. De een dacht wiskunde te kennen, ik liet haar een oefentoets doen. Drama. Dat heeft vandaag een toets. Zucht….. Een laag cijfer hiervoor kan betekenen dat ze niet overgaat. De ander was met zijn vader weg om te sleutelen aan zijn scooter. Liep iets uit. Thuis nog even snel stukje Nederlands doorgenomen. Nog een paar minuutjes op zijn telefoon.
Ik deed de lamp aan op mijn slaapkamer. Aan knal en flits tegelijk. Het hele huis werd donker. Niks deed het nog. Mijn dochter in paniek. Haar led lampjes gingen uit. Rolluiken dicht. Dan is het echt donker. Zaklamp van de telefoon aan die wij eerst nog moesten zoeken, haha. Die had ik in een bak. Ergens. Uiteindelijk gevonden. Eva volgde mij overal. Ik naar de stoppenkast. Van alles zat verkeerd. Maar twee rechts waren wel omlaag, maar daar stond een groen vlakje bij. Dus ik dacht, groen is goed. Pfff. Mijn vader gebeld. Arme man. Hij kwam. Hij gekeken. Snapte er niks van. Maar ik durfde na die knal niks meer. Mijn vader deed twee schakelaars omhoog, daar kwam toen een rood plaatje bij. Alles deed het weer. Pfew. Dus rood is goed. Dat betekent, er staat stroom op. Groen is goed als je ergens aan wilt werken zonder onder stroom te staan.
De hoofdschakelaar was eruit geklapt. Een lampje op mijn slaapkamer was zwart van binnen. Ook het glas. Dat was dus de boosdoener. Ik durfde die lamp niet meer aan te doen. Mijn vader wel. Ook weer wat geleerd. Ik zal het de kinderen nog eens een keer uitleggen hoe zo’n stoppenkast werkt.
Moet je nagaan dat mijn nichtje een keer blikseminslag had. Zij zat op de bank een sigaretje te roken. Dat kon toen nog binnen. Nu ook wel, maar wordt bijna niet gedaan. Een klap. De lamp klapte van het plafond. Bij haar lag toen de aardlekschakelaar eruit.
