Woensdag vroeg Eva of haar vriendin bij ons mocht logeren. Oh dear, ik moest donderdag werken….. ok, vooruit dan. Ik gokte het erop dat ze op tijd stil zouden.
De dames waren om 21:00 nog buiten. Gebeld. Met tegenzin kwamen ze binnen. Daarna hoorde ik een hoop gegiechel naast mij. Ze lachen werkelijk waar om niks. Heerlijk. Om 22:30 ging ik naar bed. Maak het niet te laat ladies.
Iets na 23:00 dacht ik, wat is het toch stil. Even kijken. Huh? Ze waren nergens te vinden. Bellen maar. Potverdikkie. Ze waren buiten. Serieus? Ik zei nog zo; voor het donker thuis zijn! Niet gehoord? Niet gesnapt? Puber gedrag? Maar, mam, het is heel rustig op straat. Ja hallo. Dat snap ik. Je hoort daar nu niet. Hop, naar huis. Waar ben je? Oh daar. Loop even een blokje om, anders loop je langs het huis van papa met een camera. Ik heb geen zin voor ontaarde moeder uitgemaakt te worden, haha 😂.
Daarna herrie beneden. Er lag een opblaasbal, gekregen van het ziekenhuis. De dames gingen daarmee volleyballen. Plok, plok, plok. Ik werd gek. Stoppen!! Anders steek ik hem lek 😆. Op een gegeven moment lagen ze in bed. Steeds met de slappe lach. Ik appen, stil! Belt Eva mij. Pfffff. Mam, als wij teveel lawaai maken, kunnen wij dan misschien niet beter naar beneden? Dan heb je geen last van ons. NEE. De volgende morgen zag ik een hele bijzonder foto die Eva nog naar mij gestuurd had. Ik zal deze maar niet plaatsen. Een hele erge gekkenbek foto.
De volgende morgen was het geen zooi beneden maar ook net niet helemaal schoon. Door mijn slaaptekort leek het een puinhoop. Ik pakte de stofzuiger om de noodles kruimels op te zuigen in de keuken. Dan worden ze maar wakker. De deur ging iets te hard dicht. Dat voelde zo goed.
Ik appte naar Eva; dat gedrag van je van vannacht, je gaat hem nog voelen. Kreeg ik later meerdere keren een app met de zin; krijg ik klappen? Huh, hoe kwam ze daar nou bij? Ik sla noooooit. Later had ik hem door. Ik zei; je gaat hem voelen. Mevrouw neemt dit heel letterlijk 🙈.
Ik was bang dat als ik uit mijn werk zou komen het niet schoon genoeg zou zijn. Ik zei; ruim je alles op? Dat heb ik geweten. Alles was schoon. Haar slaapkamer, badkamer en de keuken/woonkamer. Mijn ouders waren er even en het viel hun ook op. Het leek wel op de poets was geweest gaven ze aan. Ik miste zelfs dingen op het aanrecht. Ook opgeruimd. Dat gaf haar rust. Geweldig. Dat maakte mijn korte nachtrust goed. Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd.
