Twee weken geleden zat mijn zoon bij een vriend op die scooter. Ze gingen met een lage snelheid onderuit. Mijn zoon had twee kleine wondjes op zijn polsen en ook twee op knieΓ«n. Typisch het geval van afzetten. Maar hij had ook een rare plek op zijn kuitbeen. Die snapte ik eerst niet. Het deed pijn. Veel pijn. Ik stuurde een foto naar de huisarts. Die wilde Daan zien. Tekenden de wondranden af. Zij twijfelden over of het een een schaafwond zou zijn of een brandwond.
Mijn gevoel zei het laatste. Elke dag werd de pijn erger. Op een gegeven moment kreeg meneer koorts. Daarna kwam er troep uit de wond. Koorts viel daarna gelukkig weg.
Maar ja, meneer had een ongeluk gehad. Paar dagen daarna fietste mijn dochter van school naar huis. Een man, zeer oudere man, bestuurde een noot Ede busje. Hij zag mijn dochter fietsen. Was overtuigd dat hij in zijn recht stond. In zijn beleving fietste mijn dochter de verkeerde richting op. Hij keek haar aan. Reed bewust door en raakte haar achterwiel. Daarna ging zijn raam open om te schreeuwen; jij hoort hier niet te fietsen. Tjee. Je kan er wat van vinden van die pubers. Wel of niet gelijk. In dit geval had mijn dochter gelijk. Meneer kende de regels niet. Maar dan alsnog, je kan iets melden. Maar je rijdt toch niet een kind bewust aan?
Gisteren was ik op werk. Kreeg ik een ziek melding van mijn zoon via school. Ik ging met hem bellen. Daan, waarom ben je ziek gemeld? Mam, ik fietste naar school. Werd aangereden door een auto. Ik ging naar school. De docent schrok van mijn wonden. Hij stuurde mij naar huis.
Pffff. Ongeval nummer drie. Ik ben er zo klaar mee.
En stiekem denk ik elke keer weer; hoe gaat het met de fiets? De onkostenβ¦. Die zijn gelukkig heel gebleven.
