
Toen ik mijn zoon en zijn vrienden weg bracht naar hun vakantie adres dacht ik daarna ineens; whajoo. Ik ben met mijn dochter ‘alleen’ thuis.
Vrij snel een plan de campagne gemaakt.
Mijn dochter wilde heel graag alleen beneden op de bank slapen. Prima. Maar daar zijn geen rolluiken. Dus in de zomer ben je vroeg wakker. Ik sliep boven. Gaf aan, appen heeft geen zin. Bel als je wakker bent. Om 9:00 werd ik gebeld. Prima. Ik stond op. Wij gingen samen naar de Mac voor een ontbijt. Zij wilde een Mac sausage. Gelukt. Daar voelde ik al iets van spanning. Een man die steeds bleef kuchen, hoesten.
Daarna samen naar de Albert Hein Xl. Ik had nog wat kras kaarten in te leveren. Het leek mij leuk om samen boodschappen te doen. Spullen aanschaffen om daarmee te koken.
Mijn dochter ….Het was te druk. Autisme. Ik verbaas mij elke keer weer. Ik denk; verman jezelf. Laat het los. Maar Pfew. Het ging echt even niet goed. Ik liet het dus los. Zonder mijn boodschappen gingen wij naar huis. Rust voor iedereen.
Eenmaal in de auto zei Eva; pffff, die man (was heel groot), liep ineens naar achteren. Tegen onze kar aan. Tjee, mam, hij was zo irritant, en nog breder dan de Chinese muur. Dan moet ik stiekem ook wel weer lachen. Hoe kom je op zo’n bijzondere uitspraak?
