Examens.

De examens gaan vandaag beginnen. Daan staat er beter voor dan wij voorheen hadden gedacht. Maar alsnog. Faalangst. Begrijpend lezen.

Hij heeft een training gevolgd ivm faalangst. In de vakantie twee dagen NaSk. Voor de examens op tijd thuis zijn. Pfew. Dat was een ding. Ik herkende mijn zoon niet. Wat een gedrag. Veel mensen zeggen normaal puber gedrag. Tja. Wennen hoor. Maar ik blijf de baas.

Meneer ging gisteren op tijd slapen. Vanmorgen staan wij samen op tijd op. Samen ontbijten. Meneer nog even leren. Zeer op tijd naar school vertrekken. Ik ben benieuwd.