
Bovenstaande is een naam van een band. Mijn kinderen horen ook bij de jeugd van tegenwoordig.
Afgelopen week was het warm. Heel warm. Kind een kwam thuis. Ik hoorde al op de manier hoe ze haar fiets neerzette, dat ze geprikkeld was. Ik deed de deur open. Schoenen vlogen in de lucht, tas hard op de grond. Blouse ging uit en ze riep ondertussen; help mam. Eigenlijk moest ik lachen. Ik hield mij in. Wat is er Eva? Hoe kan ik je helpen? Met rode wangen ging ze zitten. Geïrriteerd. Ze moest op school tegels sjouwen in een overdekte hal. 40 graden. Dus mam, doe iets. Uuuuh, wil je water met ijsblokjes? Dat dus. De jeugd van tegenwoordig.
De volgende kwam veel te vroeg thuis. Van stage. Was ‘boos’ naar school gegaan om te klagen. Ook daar was het 40 graden. Veiligheidsschoenen aan. Ze moesten zware planken sjouwen, hij en zijn klasgenoot. Nou, poe poe, wat erg. Hou vol. Nog maar vijf weken te gaan.
Ik kan er nu om lachen. Maar eigenlijk is dit toch om te huilen? Pfff. Echt bizar. In corona tijd hadden ze een luizenleven. Tot 12:00 les. Voor de rest lekker spelen met vriendjes. Daarna, tot aan nu, hebben ze amper les. Verrekte beeldschermen er nog bij. Ze zijn niks gewend van hoe het echte leven is. Als het regent wordt de halve klas van Eva met de auto naar school gebracht. Is het een keer warm, dan raken ze meteen oververhit.
