Gistermiddag ging de voordeur bel. Ik heb vaak spullen om weg te geven dus ik dacht; daar komt weer iemand, in dit geval voor een kaars. Stonden er drie jongedames voor de deur. Op de achtergrond een oudere dame op een scootmobiel.
Zegt een van de meisjes, deze mevrouw belde bij ons aan omdat ze dacht dat wij een buurtkastje hadden. Maar die heb jij nu. Nou zeg, wat aardig meiden dat jullie mevrouw naar hier hebben gebracht.
Deze dame had verschillende soorten appelmoes gemaakt. Ontelbaar veel potjes. De meiden stopten het buurtkastje vol. Ho ho. Zes potten daarin is voldoende. De rest sla ik even binnen op.
Ik vroeg aan mevrouw of ze een kerstbrood luste. Oh echt? Meent u dat? Jazeker. Alstublieft. Verder nog iets nodig? Ze twijfelde. Op dit moment heb ik een mooie voorraad. Kunt u misschien een zak Hak groente gebruiken? Dat vond ze lekker. Maar daar hoort rijst bij zei ze. Heb ik. Pak aan. Lust u vis? Jaaaa, te duur om te kopen. Mee gegeven. Ik zie ananas in blik zei ze voorzichtig. Voor u. Weet je het zeker zei ze nog? Maar natuurlijk. Zo helpen wij elkaar. Dank voor de vele potten verse appelmoes.
