Daar kwamen ze dan. Zondagmorgen. Vier ‘oudjes’. Mijn ouders, oom en tante uit Engeland. Zwembad rand opgepompt.
In eerste instantie niks te horen. De pomp moest uit zei mijn tante. Teveel lawaai. Ok. Daarna vroeg mijn vader om een sopje van Dreft. Binnen een a twee minuten zagen we zeepbellen groter worden. Yes! Gevonden. Na jaaa, dat was snel.
Plakkertjes erop. Even wachten. Weer opgepompt. Het leek hem te zijn.
Ik twijfelde nog even in de avond. Maar mijn vader zei; door de kou, 5 graden, krimpt het lucht. En warempel. De volgende dag met de zon erop was het bad weer als vanouds.
Wat moet ik toch zonder deze lieve mensen? Goud waard.
