S’avonds leg ik mijn linker en rechter borst op het nachtkastje. Voorlopig zijn dat gelukkig nog mijn enigste protheses. Van de week zei ik tegen de kids: wie heeft er nu een moeder die zoiets kan?! De kids bekeken mij eens goed. Ze zijn al helemaal gewend aan een platte moeder. Mijn zoon is zo’n goed dooie sul, hij zei: jij hebt wel geluk, bij jou kunnen ze niet gaan hangen.
