Mam, ik lust alleen groentesoep zonder groenten.
Dit zegt onze zoon steeds.
Aan de ene kant denk ik: eten wat de pot schaft. Ze krijgen vanzelf een keer trek.
Aan de andere kant denk ik weleens: ik kan ook een beetje toegeven. Zo blijft het leuk. En ooit gaan ze echt meer/van alles eten.
Op dat laatste punt zitten we nu.
Willen de kinderen soep zonder groenten? Prima. Ik maak mijn soep, uiteraard met groenten en gooi daarna alles in de blender. Weer terug in de pan. Wat extra water in de pan anders is de soep te ‘dik’ volgens de kids. Dan komen de soepballen erbij. En klaar!
Mijn moeder, oma dus, maakt de lekkerste gehaktballetjes. Ik heb het recept aan mijn moeder gevraagd. Dezelfde ingredienten aangeschaft. En toch zeggen de kinderen: de gehaktballetjes van oma zijn veel lekkerder. Zucht.
Eigenlijk onmogelijk omdat oma en ik ze op dezelfde manier bereiden. Dan smaken ze bij oma waarschijnlijk beter omdat het eten niet thuis plaats vindt. Bij een ander eten de kinderen meestal beter/meer.
Misschien een idee als je kind al een paar dagen slecht eet: laat hem/haar ergens anders eten π. Bijvoorbeeld bij een vriend/vriendinnetje of familie.