Nog een keer buiten spelen met de walkie talkie.

Van de week mocht onze zoon buiten spelen met een vriendje en de walkie talkie in zijn jaszak.
Gaat ineens het alarm! Ik in de startblokken om naar buiten te rennen. Krijg ik vrij snel daarna het verlossende bericht; Mam, ik drukte per ongeluk het knopje in, er is niks aan de hand.
Zo schattig.

Even later krijg ik de vraag door de walkie talkie; mam, ik sta nu bij de eerste heg, mag dat?
Ja jongen.
Daarna; mam ik sta nu bij de eerste tweede heg, mag dat ook?
Ja jongen, maar dat is de grens. Niet verder.
Ok mam.
Heerlijk toch zo?

Daarna hoor ik een vreemde stem door de walkie talkie. En de taal die gesproken wordt is niet netjes. Zelfs onbeschoft.
Ik geef antwoord dat deze jongen nu het apparaat aan onze zoon terug moet geven. Meteen daarna zeg ik wat luider dat de kids naar huis moeten en wel meteen. Ondertussen loop ik snel hun kant op. Bij de poort van de tuin kom ik ze gelukkig al tegen.

De volgende dag heb ik op school wat informatie over die ene persoon gevraagd. En dat was niet best. Hij scheld veel en heeft, ook op school, vaak een grote mond. Deze jongen is ongeveer tien jaar.
Wat nu te doen? Moet ik nu toch maar weer mee naar buiten gaan als onze zoon wil spelen? Of alleen laten gaan als die bepaalde persoon er niet is.
Of de boel niet willen beΓ―nvloeden, want stoorzenders heb je overal.
Lastig!