Zand.

Wie kent het niet met kinderen? Heel veel zand. Ik heb het het liefste buiten maar helaas hebben wij het ook binnen. Echt overal.

Het begon op de peuterspeelzaal. Neem je de kleine spruit mee naar huis. Zie je een bergje zand liggen in de kinderstoel.
De kleine in bad en de kleren in de wasmachine. De eerste droog je af en kleed je aan. Het tweede gedeelte hang je op….. Er ligt zand op de trap, huh, hoe kan dat?
Les voor de volgende keer. Al heb je de kleren nog zo goed uitgeklopt en daarna gewassen, ook dan zit er nog zand in.
Ik gooi de schoon gewassen was tegenwoordig in een lege badkuip om voor de zekerheid nog een keer leeg te schudden. En ook dan hoor ik weer getik van zand korreltjes.
Volgende tip. Als de was droog is en je gooit je berg was bijvoorbeeld op bed, zoals ik deed, om op te vouwen dan lig je s’nachts in een zandbed. Niks voor mij. Dus ook nadat ik de was droog van de lijn heb, schud ik de boel nog een keer voor de zekerheid leeg in mijn lege badkuip.

Ik vergeet nooit dat een vriendin aan de kleuterjuf vroeg of de zandbak van de school weg kon; het gaf thuis zoveel rommel.
De juf was verbaasd. Een kind moet lekker met zijn handen in het zand kunnen wroeten. Belangrijk voor zijn gehele toekomst!
Er zit genoeg rommel in zand. Krijgen de kleintjes weerstand van.
Het zand tussen de vingers en liefst blote tenen hebben is weer belangrijk voor het leren schrijven (hoe bedenk je zoiets?).
En zand schuurt ook nog eens de maag.